Druiven: 100% Sangiovese
Zuurgraad: 5,10 g/l
Restsuikers: 0,60 g/l
Alcoholgehalte: 13% vol
Het is deze druivensoort – en dus ook de wijn! – die het beste het karakter van het gebied waar hij wordt verbouwd weergeeft, een karakter dat lijkt op dat van de bewoners van de heuvels: oprecht, rechtdoorzee en trouw aan zichzelf. 2025 kende een onverwachte daling van de hoeveelheid druiven, die echter werd gecompenseerd door de uitstekende kwaliteit van de trossen: stevig en precies goed gevuld, met een ideale verhouding tussen schil en vruchtvlees voor de extractie van de waardevolle polyfenolen en met een uitstekende suikerconcentratie. De vinificatie volgde een proces dat inmiddels een klassieker is geworden in de wijnkelder van La Vialla (de pure Sangiovese nadert zijn vijfentwintigste verjaardag!). Na de gisting met maceratie op de schillen rijpt de wijn uitsluitend in roestvrijstalen vaten, zonder tussenkomst van hout, om de authentieke ziel van de druivensoort ‘volledig’ tot uiting te laten komen, met de typische aroma’s van rode vruchten, viooltje en roos, en de lichte wrangheid die te wijten is aan de nog jonge leeftijd, maar met de volle en genereuze smaak van de wijnen ‘van weleer’.
Proefnotitie - Kleur: helder kardinaalrood, dat door de middellange tot lange rijping op de fles – perfect voor deze wijn – granaatkleurige nuances krijgt. In de neus: zoet en kruidig met elegante grasachtige en balsamieke tonen. In de mond: fris en droog, licht tannisch zoals het een jonge Sangiovese betaamt, maar nu al rond en harmonieus.
Combinaties - Wat past er beter bij de koning van de Toscaanse rode wijnen dan traditionele gerechten? Pappardelle met Ragù, pici met Etruskische saus, ribollita of een sappige stufato alla Sangiovannese (een smaakvolle, pittige stoofpot die typisch is voor Valdarno), zijn allemaal uitstekende keuzes, net als gegrilde varkensribbetjes of “Ciacce fritte” (hapjes van gefrituurd brooddeeg) met Finocchiona.