Toscane heeft belangrijke kerkheiligen voortgebracht, maar ook een ongewone heilige en dat is een wijn ... de Vin Santo (= heilige wijn), van oudsher symbool voor gastvrijheid en vriendschap. De methode volgens welke hij wordt gemaakt, waneer het een authentieke Vin Santo betreft, grijpt grotendeels terug op de traditie. Het is een lang en moeizaam (= bewerkelijk en prijzig) proces. De druiven worden, wanneer ze perfect rijp zijn, met de hand geplukt en de trossen worden in de wijngaard geselecteerd. Ze worden in kisten uitgespreid in geventileerde ruimtes en drogen daar minstens 2 maanden op natuurlijke wijze. In deze periode verliezen ze hun vocht waarbij het suikergehalte en de aromatische bestanddelen toenemen, dankzij de droging en de vorming van een 'edele' schimmel, Botrytis cinera. Wanneer de juiste graad van droging is bereikt, worden de 'verschrompelde' druiven zacht geperst om het weinige (maar qua smaak heel econcentreerde!) sap te winnen. De verkregen most wordt in caratelli van ca. 100 liter gedaan, waar hij minstens 3 jaar verblijft, daadwerkelijk hermetisch 'ingemetseld'. Dankzij een buitengewoon en natuurlijk proces, heel langzaam en ogenschijnlijk zonder zuurstof, verandert de waardevolle wijn in een heuse nectar. Voor de Riserva worden de druiven uitsluitend gekozen uit de oudere wijngaarden met de beste ligging; later worden alleen de trossen geselecteerd die het meest gelijkmatig zijn gedroogd en het meeste 'water' hebben verloren. Het sap van deze uitverkorene wordt nog eens 12 maanden (in totaal 4 jaar!) bewaard in speciale caratelli. En nog voor de samenstelling van de cuvée worden alleen de
uitmuntende caratellini gekozen, die met 5 sterren.
In 2019 volgde na de milde winter een laat en regenachtig voorjaar en een zomer die nog niet gekenmerkt werd door de tropische hitte van de daaropvolgende jaren; in de wijnkelder kwamen gezonde trossen trebbiano-druiven binnen, die frisheid en structuur geven, en malvasia-druiven, die aromatischer en zachter zijn.
Proefnotitie - Kleur:
goudgeel, amberkleurig en glanzend, met koperen schitteringen. In de neus: deze wordt 'aangevallen' door een bedwelmend scala van geuren: babà al rum, gebak, vanille. In de mond: zacht en omhullend als een crème, met een goede balans tussen zoetheid en een vleugje zuur, en aangename houttonen. Opmerkelijk einde met een afdronk die nog lang blijft hangen.
Combinaties - Hij past perfect bij traditionele cantucci en bij ricciarelli uit Siena, maar ook bij een taart met vijgen en walnoten en bij truffels of een chocoladesalami. Een ongebruikelijke maar zeer geslaagde combinatie is die met een goed gerijpte pecorino of Parmigiano. Of gewoon alleen, in een wijnglas of, nog beter, op Toscaanse wijze, in het klassieke glaasje (het “gottino”) om de avond in stijl af te
sluiten!