In dit bijzondere recept wordt de pasta direct in de koekenpan met de saus gekookt, zodat het gerecht lekker romig wordt. De kwaliteit van de pasta is van essentieel belang: deze moet op brons zijn getrokken en lang gedroogd, anders bevat hij niet voldoende zetmeel om de gewenste romigheid te verkrijgen.
Zet een pan met ruim water op het vuur, zonder zout toe te voegen, en breng het aan de kook (laat het gedurende de hele bereiding zachtjes koken). Snijd de tomaatjes doormidden. Verhit in een grote koekenpan (de pasta moet er ook in kunnen) met dikke bodem de olijfolie met de teentjes knoflook die u met de palm van de hand heeft geplet en het pepertje. Leg de tomaatjes ondersteboven naast elkaar in de koekenpan – dit vergt wat geduld – en dek af met een deksel. Laat ze 10 minuten bakken zonder het deksel op te tillen, zodat de geur en het vocht van de tomaten behouden blijven.
Plet nu de tomaatjes een voor een met de achterkant van een vork; zo hebben we zowel het vruchtvlees als de velletjes in de saus, wat het geheel een lekkere rustieke smaak geeft! Verwijder twee teentjes knoflook uit de koekenpan om te voorkomen dat de saus te 'knoflokerig' wordt.
Nu komt het moeilijkste deel van het recept: giet 4 pollepels kokend water in de koekenpan, doe ook de spaghetti erin, voeg zout toe en laat de pasta koken met de saus (de kooktijd op de verpakking is 9 à 12 minuten; voor dit recept duurt het ongeveer 15 minuten). Voeg gaandeweg dat de pasta het vocht opneemt en droogt, meer water toe; roer voorzichtig en bij voorkeur met een houten lepel, omdat de pasta van de Fattoria tijdens het koken kwetsbaar is en een metalen lepel krassen op de pan kan veroorzaken. Langzaam maar zeker wordt de spaghetti gaar en vermengt zich met de saus, die tegelijkertijd inkookt. Het is makkelijker gezegd dan gedaan, maar als u eenmaal de kooktijden en de hoeveelheid water onder de knie hebt, wordt het eenvoudig en leuk, en uw gasten zullen het zeker waarderen!
'Sautereer' de pasta in de pan: probeer het eens, schuif de pan naar voren, geef een tikje met uw pols en breng de pan weer naar achteren.
Wanneer de pasta bijna gaar is – dat kunt u redelijk goed zien, maar het is altijd goed om even te proeven – voegt u geen water meer toe, maar wacht tot het vocht door de pasta is opgenomen tot deze gaar is. Voeg nu het basilicum toe (bewaar 5 à 6 blaadjes om het gerecht tot slot mee te garneren) en een flinke scheut olijfolie die er uitstekend bij past. Roer nog een laatste keer goed door, draai het vuur uit en de pasta is klaar, mooi, romig, geurig ... heerlijk: het is een ongebruikelijke bereidingswijze, die wat extra geduld en aandacht vereist, maar het resultaat zal u belonen en u veel voldoening schenken!